Eenheid, nu
Jeannette Gabay-Schoonderwoerd
Aan de toegangsweg naar mijn kibboets werd onlangs een bord beklad met ‘achshav’ – nu.
Voor een buitenstaander een onschuldige oproep, maar in Israël een beladen kreet. Het staat namelijk symbool voor een ingrijpende maatschappelijke verschuiving die gepaard gaat met veel interne spanning.
Hoe zit dat?
Waar links in Israëls beginjaren de toon zette, is het progressieve blok de laatste decennia sterk afgebrokkeld. Israël is anno 2026 religieuzer, traditioneler en cultureel minder Europees dan ooit. Links krimpt bovendien demografisch en is intern verdeeld; de vredesdialoog, ooit de lijm tussen de verschillende linkse stromingen, heeft plaatsgemaakt voor een brede focus op veiligheid. Bovendien heeft de felle buitenlandse kritiek op Israël -afkomstig met name uit progressieve hoek- het linkse kamp binnen Israël verder geïsoleerd.
Stukje bij beetje moet links daarom eerder verworven belangrijke posten inleveren en dat doet pijn. Wat op straat begint, ebbt institutioneel langzaam maar onvermijdelijk door. Te langzaam, vindt de rechtse meerderheid, terwijl bij links juist de hakken in het zand gaan: een situatie die telkens weer wrijving oplevert.
Het Hooggerechtshof is daar een goed voorbeeld van. Sinds de jaren tachtig ontwikkelde het een uitgesproken activistisch profiel, uitgedragen door rechters uit een overwegend seculiere, stedelijke elite waarin veel Israëli’s zich niet herkenden. Iets vergelijkbaars geldt voor de veiligheidsdiensten: rond 80% van de stafchefs van de Israëlische strijdkrachten komen uit een Asjkenazisch milieu, terwijl Israëls bevolking veel diverser is. Topbenoemingen in beide instituten weerspiegelen inmiddels aarzelend het religieuzere en traditionelere midden van de samenleving, maar vrijwel iedere nieuwe benoeming is bonje en wordt door links als een existentiële bedreiging ervaren.
De herhaalde verkiezingswinsten van Benjamin Netanyahu en zijn Likoed-partij zijn voor links de personificatie geworden van deze waargenomen dreiging. Nu de afbrokkeling doorzet en pogingen om relevant te blijven nauwelijks weerklank vinden, lijkt voor links de strijd tegen Netanyahu daarom vaak belangrijker dan het herstel van vertrouwen bij de bevolking.
In de context van die strijd past ook de politisering van het gijzelaarsdebat en daarmee van de term ‘achshav’. In plaats van de nationale tragedie boven de politiek te tillen, werd de pijn van gijzelaarsfamilies ingezet als wapen tegen de regering Netanyahu. Zozeer zelfs dat een deel van die families zich genoodzaakt voelde zich te distantiëren van de gijzelaarsbeweging, en met hen vele andere Israëli’s.
Waar ‘achshav’, nu, in directe zin een dringende oproep uitdrukt om de gijzelaars zo snel mogelijk vrij te krijgen, is het verworden tot een politiek strijdmiddel. Zelfs nu, terwijl alle gijzelaars (op één stoffelijk overschot na) inmiddels thuis zijn, blijft de kreet daarom luid klinken.
Precies daarom stoorde de bekladding in de kibboets mij: wanneer is het genoeg? Ik was dan ook blij toen er een aantal weken later een woord was toegevoegd aan de bekladding: ‘eenheid, nu’, staat er nu in het groot.
Zo is het, dacht ik. Israël moet hand-in-hand zijn leeuwen en beren bevechten.
Een nieuwe start maken. De interne strijdbijl begraven. De fouten erkennen die over de breedte van het spectrum begaan zijn, maar eveneens de bijdragen die van links tot rechts geleverd zijn. En bovenal, erkennen wie Israël anno 2026 is. En daarom: eenheid, nu.
ANDER NIEUWS
Adam Fishman vanuit Israël
Voeg je koptekst hier toe
Leef mee met Israël!
Voeg je koptekst hier toe