Het brood der ellende: Pesach in oorlogstijd
Als ik dit schrijf, vieren we Pesach in Israël. Pesach in oorlogstijd. Wat dat zo treffend maakt, is dat het feest werd geboren onder dreiging en onzekerheid; toen de Israëlieten zich in Egypte voorbereidden op exodus en oordeel. Sindsdien wordt Pesach telkens weer zo gevierd: met dreiging buiten, hoop vanbinnen en de overtuiging dat vrijheid uiteindelijk zal komen.
In Exodus 12 wordt Pesach ingesteld als een eeuwige instelling, een blijvende gedachtenis: zeven dagen ongezuurd brood eten, het zuurdeeg uit de huizen verwijderen en samenkomen in twee heilige bijeenkomsten, één aan het begin van de eerste dag (de Sederavond) en één op de laatste. Die duizenden jaren oude goddelijke instructies vormen nog altijd het uitgangspunt voor de viering van Pesach, ook anno 2026.
In de weken voorafgaand aan Pesach ontstaat in heel Israël een heuse poetswoede. De opdracht om al het desem te verwijderen, groeit uit tot een grote voorjaarsschoonmaak. Supermarkten zetten schoonmaakmiddelen in de aanbieding en professionele poetsdiensten draaien overuren. Kort voor het begin van Pesach wordt er creatief afgerekend met het laatste desem. Op straathoeken verbranden kinderen restjes brood. In andere huizen worden kleine zakjes met kruimels verstopt; de zoektocht daarnaar vormt de laatste “desemcontrole”. Ondertussen worden matzes, wijn, bittere kruiden en mierikswortel ingeslagen.
Tot zover de normale voorbereidingen; verder met de complicaties van het vieren in oorlogstijd. Soldaten herdenken de uittocht uit Egypte in door regen doorgezakte tenten, tussen modder en uitrusting. In Tel Aviv, waar deze Pesach meerdere keren per dag luchtalarm klinkt, worden Sedermaaltijden georganiseerd in ondergrondse parkeergarages. Wie thuis viert, zorgt dat de veilige kamer gereed is. Loeit het alarm tijdens het lezen van het Exodusverhaal, dan wordt alles onderbroken. Na afloop gaat men verder alsof er niets is gebeurd.
Het is niet voor het eerst dat Pesach in oorlogstijd wordt gevierd. In bijna ieder Israëlisch gezin leven bijzondere verhalen over Pesach onder spanning. Onze voormalige buren, Joden van origine afkomstig uit Noord-Afrika, vertelden over hun laatste Seder voordat zij hun huizen en landerijen moesten achterlaten om zonder enige bezittingen in Israël aan te komen. Holocaustoverlevenden herinneren zich seders in het getto van Warschau en in de barakken van Bergen-Belsen. In dat kamp werd zelfs een handgeschreven Haggada – het boek met de liturgie van de Pesach-Seder – gevonden. In mijn schoonfamilie maakte vooral de Seder van 1948 diepe indruk. Kort voor Israël’s onafhankelijkheidsverklaring werd Pesach gevierd terwijl Jeruzalem door Arabische strijdkrachten belegerd was. De Joodse inwoners, waaronder onze familie, waren afgesneden, geïsoleerd en vrijwel uitgehongerd.
Van de kelders van Warschau tot de barakken van Bergen-Belsen, van karige seders tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 tot Israëlische tankbemanningen die in 1973 in de Sinaï matzes eten – opnieuw in Egypte, opnieuw in de woestijn: een onverwachte echo van de eerste uittocht – Pesach wordt telkens weer gevierd terwijl dreiging voelbaar is. Soms met een getekende matze in plaats van een echte, een helm als sederschotel of een tafel die al klaarstaat in de schuilruimte. En steeds klinken dezelfde woorden: “Dit is het brood der ellende” en “In elke generatie…”.
Misschien is dat de diepste kracht van Pesach: het leert hoop te bewaren terwijl de wereld in brand staat – precies zoals tijdens de allereerste Pesachnacht in Egypte.
Jeannette Gabay-Schoonderwoerd
ANDER NIEUWS
Gemeente Grace and Truth 50 jaar
Voeg je koptekst hier toe
Jong dienen in Israël
Voeg je koptekst hier toe